Geloofsverhoudingen door de jaren heen
Door de jaren heeft was er altijd een redelijk evenwichtige balans in het aantal katholieken en de protestanten. Bij een telling in 1775 werd geregistreerd hoe de bevolkingsopbouw er uit zag.
Het resultaat van deze telling:
Katholiek: 880
Nederduits-hervomd: 886
Gereformeerd: 7
Evangelisch Luthers: 1
Israelitisch: 1
NB: Het totaal was erg groot omdat men toen ook allerlei buitengebieden meetelde.
In 1809 was de balans niet veel anders:
Katholiek: 361
Nederduits-hervomd: 449
Eigenlijk is die balans altijd zo gebleven. Een aanmerkelijk deel is inmiddels niet-kerkgaand, passend bij de tijdgeest anno 2000. Van de kerkelijken is ongeveer de helft katholiek en de andere helft protestant (weer verdeeld over Nederlands-Hervormd en enkele gereformeerde richtingen).
Kerk en politiek
De balans werd ook altijd netjes gekoesterd en vertaalde zich onder andere naar een zekere behoefte aan evenwicht binnen de politiek. Dat leverde in het begin van de 20ste eeuw zelfs aan landelijke primeur op: In 1927 werd Anette Pastoors wethouder in Heino en was daarmee de eerste vrouwelijke wethouder in Nederland. Anette Pastoors vertegenwoordigde het katholieke deel van Heino in het college in de periode dat B.J. Lindeboom de protestanten vertegenwoordigde. Alexander Van Sonsbeeck was toen burgemeester. Kennelijk deed Anette Pastoors het redelijk want ze werd later nog eenmaal herkozen.
In 1935 was het gebeurd, want toen pleegde het niet-katholieke deel van Heino een coupe: de katholieken haalden maar drie van de zeven zetels. Van de andere vier gingen er drie naar de protestanten en 1 naar de Vrije Kiezers (zegmaar: de socialisten). Men koos toen voor een protestantse wethouder en een wethouder voor de Vrije Kiezers. Daarbij speelde de overweging mee dat de burgemeester al rooms-katholiek was en anders een geloofsrichting te dominant zou zijn, met gevaar voor verstoring van het fifty/fifty-evenwicht in de plaatselijke gemeenschap. Hoe dan ook: het was het eind van het wethouderschap voor Anette Pastoors. Haar deelname aan het college was een uiting van de redelijke balans tussen protestant en katholiek.


